Shirley's vierde column: Wie is Emiel?
En alweer de vierde column van Shirley Brandeis!
-
Computer -
En zo zagen computers er halverwege de jaren tachtig uit.
Vanuit mijn belevingswereld is het ongelooflijk dat er nog mensen zijn die geen computer hebben. Die niet surfen op internet. Die geen e-mailadres hebben. Of wel, maar die hun mailbox niet minstens elke driekwartier checken. Je laat je post toch ook niet op de trap liggen!!! Wel dus. Sorry. Het ligt aan mij. Ik ben bijna 24 uur online en communiceer het liefst per mail of sms. Ik gruwel van het rinkelen van de telefoon, maar begin als in een Pavlov-reactie te kwijlen als mijn computer brult: you’ve got a message. En ik moet accepteren dat niet iedereen zo dik bevriend is met een machine op een bureau als ik. Mijn vriend trouwens ook.
Mijn hart springt daarom over van vreugde als ik in de Westelijke Tuinsteden op reportage mag bij de computercursussen voor ouderen. Daar zitten ze: de senioren die graag wat meer willen weten van internet, van e-mail, van tekstverwerken, van www en apenstaartje. Hun eerste stappen zijn vertederend. Alsof je in een crèche de peuters op ontdekkingstocht gadeslaat. Ook ik heb het ooit moeten leren. Gezegend ben ik met een net zo verslaafde vader die in 1982 (!) met een computer thuis kwam. We waren de eerste in de straat waar Pacman en Space Invaders kon worden gespeeld. Het gepiep van het cassettebandje, dat het spelletje laadde, is het geluid van mijn jeugd. Maar het leren ging met vallen en opstaan. Voor het eerst hoorde ik van ‘e-mail’ tijdens mijn afstuderen. “Wie is Emiel?” vroeg ik aan het groepje studenten dat de digitale post doornam. Het was 1995, wist ik veel. Had ik maar beter naar mijn vader moeten luisteren, die dat nieuwigheidje ook al vroeg in huis had. Maar mijn interesses lagen toen ook nog elders.
De ouderen kunnen niet achterblijven. “Overal hoor je www-dit en www-dat,” verzuchtte een cursist onlangs tegen mij. En ook: mailen naar Australië is voordeliger dan telefoneren en de kleinkinderen zijn allemaal digitaal en verwachten dat ook van hun grootouders. Gelukkig blijken die het leuk en niet moeilijk te vinden. Vaak klinkt er een triomfantelijke kreet tijdens de cursussen. Als ze een spelletje onder de knie hebben of als ze een eerste mailtje hebben verstuurd of, nog mooier, ontvangen. Zij trots, docenten trots, kinderen en kleinkinderen trots. En ik ben trots.
Reacties