Rolschaatsen en fietsen leren
-
Hier woonde ik op nummer 53 1-hoog. De straat heeft nu weer straatstenen. -
Foto: Jan van Zijp, 8 januari 2008
-
Eerst lag de Crijnssenstraat in West, toen in Overtoomse Veld en nu in De Baarsjes -
Foto: Jan van Zijp, 8 januari 2008
Wat een weelde, dat nieuwe, gladde asfalt en maar één auto langs de stoeprand. In die zee van ruimte leerde ik rolschaatsen in de Crijnssenstraat.
Rolschaatsen
Gezeten op de stoeprand de halfroestige, vijfdehands, zware ijzeren rolschaatsen ombinden. De leren riempjes gingen bijna niet door de gespen, zo versleten en gebarsten waren ze.
Maar ik was de koning te rijk. Ik had rolschaatsen. Met de naaimachineolie van m'n moeder had ik de lagers gesmeerd zodat het kraken bijna weg was en het piepen gehalveerd.
Met moeite kwam ik rechtop. Ik gleed als vanzelf richting die ene auto en knalde met mijn handen op de motorkap. Maar ... ik bleef staan. De eerste rit was geslaagd. Voorzichtig zette ik mij af en probeerde een slag te doen. Wat waren die krengen zwaar, maar wat klonk dat rollen van die wieltjes over het asfalt mooi.
Hoe vaak ik gevallen ben, weet ik niet meer, maar al snel kon ik de hele straat afrijden. Niet zo elegant als de geoefende buurkinderen, daarvoor was mijn motoriek (houterig) en mijn lijf (dik) niet geschikt. Maar ik ging als een speer tot het einde van de straat. En dan kwam de afgang. Want pootje over wilde niet lukken. Ik durfde gewoonweg niet en dat is altijd zo gebleven. Ik moest remmen en dan stapje voor stapje de 180 graden bocht door. Maar ik kon rolschaatsen.
Fietsen
In fietsen daarentegen was ik een kei. Al heel jong doorkruiste ik op mijn rammelbak de hele stad en omdat de school nogal ver weg was - nou ja, voor de kindervoeten dan - mocht ik vanaf de 5e klas op de fiets naar school in de Floris Versterstraat. Een heerlijk tochtje over de Hoofdweg met vaak een omweg langs de Baarsjes of de Postjeskade. Hoe ik heb leren fietsen? Ik was op vakantie - via vakantiekinderhulp of hoe dat ook heette - in Nieuwpoort. En daar werd ik door de man uit het gastgezin gewoon boven aan de dijk op een fietsje gezet. Een duw in de rug en dan ging je vanzelf de weg af de polder in. Je kwam iedere keer een stukje verder. Je raapte je fiets op en liep weer terug de dijk op. Ik had het fietsen het gauw onder de knie en schaafplekken op beide knieën. Terug in de Crijnssenstraat ging ik het stiekem op de fiets van mijn broer proberen. Dat ging ook perfect totdat ik op het onzalige idee kwam om het met gekruiste armen te proberen. Ik knalde met mijn gezicht via het stuur op straat en brak een tand. Hoe mijn ouders reageerden laat zich raden ...
Gepubliceerd: 5 september 2008
Bijdragen
Reacties (2)
Reacties (2)
Crijnssenstraat nummer 45 en 54
Ik ben in 1954 geboren en ben de eerste 4 jaar opgegroeid in de Crijnssenstraat 45 en op nummer 54. Beide grootouders woonden tegenover elkaar, Het huis op nummer 45 1 hoog is sinds 1989 uit de familie ivm overlijden. Heb er heerlijke herinneringen aan, inderdaad spelen op straat, zonder auto's....alhoewel mijn opa er de eerste parkeerde. Op het hoekje zat beidewieder, ook denk ik nog weleens aan Jantje van Alles. Ook zat er een naaiwinkel, althans je kon er je nijlons laten repareren, mogelijk was het een stomerij. De naam van de eigenaar heette meen ik Broks/Brox. Hoe ouder je wordt, hoe meer je aan je jeugd terug denkt
Leuk verhaal...
Jan, wat heb ik genoten van jouw verhaal!
Al die beelden kreeg ik zo voor me; het schrijven gaat je dus veel beter af dan het rolschaatsen...
Kun jij nog meer vertellen? Het is genieten.