Bovenkant van de pagina
Ga direct naar de navigatie
Ga direct naar de content

Thuis in Slotermeer

Geen column deze maand. Ik heb het veel te druk met verhuizen. Het is maar een kleine sprong. Van de ene kant van de gracht naar de andere kant, maar je moet toch je hele huisraad inpakken en overhevelen

En alle bijgaande zaken van een verhuizing regelen. En dat heeft een enorme impact op een mensenleven. Niet alleen fysiek (inpakken, tillen, uitpakken), maar ook geestelijk. Je komt weer veel spullen tegen tijdens het inpakken. Spullen die je herinneren aan de andere huizen waar je ooit hebt gewoond. Aan vroeger. Aan mijn eerste bewuste verhuizing in 1976 naar Slotermeer.

Ze waren totaal geen ‘west-mensen’, mijn ouders. Hij uit Zuid, zij uit Oost, maar de winkel die ze overnamen — een verfwinkeltje toen nog — stond toevallig in Slotermeer. Dat grijze, vreemde, verre deel van Amsterdam waar je nooit kwam, tenzij je er ging wonen of werken. Slotermeer is nu ons thuis. Al hebben we dertien jaar tussendoor in Diemen gewoond (kinderen moesten per se van de ouders een grote kamer, vonden ze), ons hart ligt in dat saaie stadsdeel in het westen van Amsterdam. De winkel bestaat dit jaar dertig jaar, mijn ouders wonen er weer, ik woon in een aangrenzend stadsdeel en vertoef er bijna dagelijks. “Slotermeer has it!” roep ik gekscherend wel eens uit, want eigenlijk weet ik best wel dat het er allemaal saai uit ziet. Ik hou van saai. Geen dolle, drukke dingen alstublieft.
Dus graag voor mij het kabbelend water van de (mooie) Van Tienhovengracht, het rustige (maar drukbezochte) winkelcentrum Plein ’40-’45, de weidse (maar knusse) Burgemeester de Vlugtlaan, de eentonige (maar architectonisch unieke) basisscholen, de vele rijtjeshuizen (vaak als paleisjes ingericht), de vele senioren (allemaal met een boeiend verhaal over de pionierstijd), de buurtwinkels (ons kent ons) en onze winkel. Thuis. In Slotermeer.

Bijdragen 
Reacties