Een klem om je schedel – Deel 2

Leven tijdens de bezetting

Verteller: Otto Klap
1 Fan
Amsterdam

Een interview met Otto Klap (1925). Otto woont sinds 2011 in Nieuw-West, in de Jan van Zutphenstraat, Osdorp. Daarvoor woonde hij vanaf 1945 in de Oranje Nassaulaan aan het Vondelpark. Tijdens de oorlog studeerde hij aan het Utrechts conservatorium en pendelde tussen Utrecht en Amsterdam. Hij was violist en is dirigent. In het tweede deel van het interview haalt Otto herinneringen op aan zijn leven tijdens de bezetting.

Twee deelnemers aan de hongertochten tijdens de hongerwinter. Bron/copyright: Nationaal Archief 

Twee deelnemers aan de hongertochten tijdens de hongerwinter. Bron/copyright: Nationaal Archief 

Alle rechten voorbehouden

Je hand opeten
Tijdens de oorlog kreeg ik in Utrecht af en toe een brief met bankbiljetjes van mijn moeder om iets te eten te kopen. In die tijd pendelde ik ook een beetje tussen Utrecht en Amsterdam, lopend, met de nodige honger in mijn donder. Tijdens zo'n wandeltocht heb ik een keer zo een vreselijke hongeraanval gehad, dat als ik mijn hand had kunnen opeten, ik het had gedaan. Je moet je een stalen band om je kop voorstellen die steeds nader aangeschroefd wordt. Het gevoel wat je hebt is niet na te vertellen. En dat het iedere dag maar blijft, je wordt wakker en dan is het er weer. Dat gevoel had ik dus het laatste jaar van de oorlog: 'oh die oorlog moet afgelopen zijn, oh die oorlog, als er nou maar een eind aan komt!' Een enorme druk op ieder mens. Alleen maar bezig met overleven.

Roven
Ieder mens had wel een beetje eten, de een had iets meer, de ander had iets minder. Het hing er ook vanaf hoeveel contact je had met het subversieve, het clandestiene. Deze had clandestien suiker, die had weer clandestien rijstkorrels of graan 'georganiseerd'. Bij mijn moeder thuis stonden tien of twintig grote juten zakken met heerlijk spul. Het was een combinatie van suiker met graan. Als je dat met water mengde had je heerlijk voedsel. Maagvullend, en hoe. Die waren door een van mijn broers samen met een roversbende gewoon een keer in beslag genomen. Iedereen roofde toen.

De Duitse ordonnans
Als je praat over oorlog is de diepste indruk die ik gehad heb dat ik met een vriend op een dak zat in Utrecht. We keken uit op een heel groot plein, en daar was een soort hoofdkwartier van de Duitsers. Daarbuiten liep een gewapende Duitser. Die had een soortement van ordonnans-achtige functie. En wij zaten op dat dak, en het was prachtig weer. We hadden weliswaar honger, maar we hadden vriendschap.

Vliegtuigen in de lucht boven Amsterdamse haven, 1945. Bron: Bron/copyright: Nationaal Archief

Vliegtuigen in de lucht boven Amsterdamse haven, 1945. Bron: Bron/copyright: Nationaal Archief

Alle rechten voorbehouden

En toen hoorden we een geroezemoes, en dat geroezemoes werd luider, en toen werd het nog duidelijker. En toen zagen we zwermen vliegtuigen, maar die vlogen zo hoog dat het vliegtuigjes waren. Daar kwam geen eind aan, het waren geen tientallen maar honderdtallen. Die gingen allemaal richting Duitsland om daar de boel plat te gooien. En toen verplaatste ik mij in het gevoel van die Duitser die daar op dat plein rondliep. Hoe moest die zich voelen tegenover die ongelooflijke overmacht die zijn oermoeder, zijn vaderland, ging aanvallen? Dat is een hele duidelijke indruk geweest.

Katten
Ik zat op het conservatorium en ik woonde altijd in een of ander pension wat ik zelf moest uitzoeken. Dat werd allemaal bekostigd door mensen die iets in me zagen. Ik zat te midden van allemaal jongelui van onder de 20 die niets te doen hadden. Het hele leven was ontwricht, niemand moest ergens naar toe, niemand had afspraken. En het plezier dat je had: het was de leeftijd dat je elkaar leuk vond, het begin van de erotiek, je hebt geen verplichtingen. Dat speelde allemaal een rol.

Het huis waar ik in zat was een van de weinige huizen waar men vergeten had de elektriciteit uit te schakelen. Dus wij hadden warmte met noodkacheltjes. Die zetten we ook op zijn kop en dan kon je er gestolen voedsel op warm maken. Er was zelfs een jongen in die groep die katten ving, en er was er eentje die ze vilde. Dat het een kat geweest was hoorden we altijd achteraf, dat werd nooit van tevoren verteld.
Ton Dresden zat in datzelfde huis ondergedoken. Ik speelde met hem de Franck-sonate.

Klik hier voor deel 1
Klik hier voor deel 3
Klik hier voor deel 4
Klik hier voor deel 5

Alle rechten voorbehouden

431 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe