Kampclub vakantie
Vele kinderen konden in die tijd helemaal niet op vakantie, zo vlak na de oorlog.
Zelf heb ik het onderste uit de kan van Kampclub gehaald. Zonder nog maar een donderdag op de Kampclubavond te hebben bijgewoond mocht ik onverwacht een jaar, te vroeg, mee. Dankzij de goede contacten van mijn ouders. Er waren twee jongens afgevallen en ze zochten daarvoor twee andere. Bertus Keizer, mijn vriendje van toen uit de Tjerk Hiddes de Vriesstraat en ik mochten mee. Eigenlijk waren we te jong. Bertus heeft trouwens een verschrikkelijke week gehad, vanwege heimwee, ik had het geweldig naar mijn zin.
Die eerste keer was naar Rabbit Hill, vlakbij Apeldoorn. Daar stonden grote tenten opgesteld en die waren voorzien van stroozakken,waar we op sliepen. Mijn leider was Jan Corstens en die werd geassisteerd door Frans Staubach jr. Eten deden we in de openlucht onder de hoogspanningskabels, die over het terrein gespannen waren. De reis er naar toe, was al een groot avontuur, zo vaak had ik nog niet in een touringcar gezeten. Voor de speeltuin waar we moesten verzamelen stonden er wel een stuk of vier klaar. Het was daar een drukte van belang, al die uitgelaten kinderen, met koffertjes, waarin toiletspullen, bekers en kleren voor een week zaten. Een plastic tasje was genoeg geweest, maar ja, die hadden we toen nog niet. Al die eigendommen moesten wel worden gemerkt, zodat ze niet weg konden raken.
Een jaar later gingen we naar Blaricum, de Meent heette het huis, waar we met onze groep in een kamertje met stapelbedden sliepen. Met onze leider wandelden we toen naar de ‘Tafelberg’ of hoe dat ding ook heette. Op de terug weg gingen we over de hei, waar we geweldig schrokken, plotseling ontdekten we oefenende militairen, die daar gecamoufleerd die ‘berg’ moesten veroveren. Na Blaricum gingen we naar Vierhouten, daarna naar Lunteren en toen was Blaricum weer aan de beurt, nu moesten we wel in een tenten.
Er werd veel gewandeld in zo’n week, we moesten moe worden want dan sliepen we ’s avonds beter. Speurtochten, zwemmen, een spookverhaal bij het kampvuur, spelletjes en een bonte avond hoorden er allemaal bij. Ome Huib was in Nunspeet mijn leider, hij had houtjes meegenomen om als kleppers te gebruiken waarmee we na lang oefenen de bonteavond muzikaal opfleurden. Andere leiders die ik me herinner, waren ome Frans (Staubach), nog eens Frans junior en ome Jan (Plemper). Daarnaast was in die week ook de familie Oosterling (tante Cor en ome Henk) altijd van de partij. Allemaal mensen die een week vakantie voor de kindertjes uit de buurt opofferden.
Dat de speeltuin en de speeltuinvereniging vanuit een sociale gedachte is ontstaan, heb ik in voorgaande artikelen al duidelijk gemaakt. Dat de Kampclub een week vakantie organiseerde voor onze buurt, is daar een goed voorbeeld van.
-
-
Een kampboekje voor een zomerkamp, deel 1 (klik op het icoon om de inhoud te bekijken, in pdf) -
Collectie: Olga van Roode - Peterson
-
Een kampboekje voor een zomerkamp, deel 2 (klik op het icoon om de inhoud te bekijken, in pdf) -
Collectie: Olga van Roode - Peterson
Bijdragen
Reacties (12)
Reacties (12)
Bert Keizer
Dag Fred,
mijn schoonmoeder wees mij op je kampverhaal met de vraag of mijn vader Bert Keijzer uit de Trerk Hiddes de Vriesstraat straat kwam.
En ja, dat klopte. Ik herken mijn vader dan ook op de andere foto, daar waar zijn naam onder staat, links onderin. Mijn moeder denk jou ook nog te kennen van naam, als vriendje van mijn vader. Helaas moet ik melden dat Bertus Keijzer onlangs(16 april 2012) is overleden.
rijpgracht leuke tijd
henny.
Jan Plemper
Hallo Lydia,
Mooi dat je reageert als nicht van ome Jan Plemper. Ik herinner hem als een bijzonder mens. Wat heeft die man veel gedaan voor onze speeltuin vereniging. Zo rond mijn vijfde jaar ging ik op zaterdagmiddag naar de tekenclub, leider ome Jan. In die periode was hij ook de grote man achter de Wandelclub. Terwijl hij dus ook leider was bij de Kampclub. Nadat ik daar al een tijdje af was, startte hij, ook op zaterdagmiddag, de Filmclub. Leden daarvan waren Joop Rijnink, Jan Paques, Jurriaan Eindhoven en ik. Ome Nelis Rijnink verleende af en toe assistentie. We maakten een film genaamd 'Zelfreizend bakmeel' , de 'ei' was geen vergissing want het was een film over reizen. Jan en Joop vertellen mij , dat ze de film hebben gezien, ik niet. Daar ben ik razend jaloers op. Zit die film misschien ook tussen de gevonden films? Doe mij daar dan een DVD van en doe de rest er ook maar bij, want dat is natuurlijk hartstikke leuk. Doe je oom de groeten, hij bezorgt me hele leuke herinneringen.
Waarschijnlijk ben ik in 1956 voor het laatst met de Kampclub mee geweest, ik herinner me jou niet. Hoop nu nog eens van je te horen. Misschien per email: fred@fontijn.nl, en nog bedankt voor je waardevolle reactie.
Groet,
Fred Fontijn
kampclub
Ik heb ook op de kampclub gezeten en ik denk zo tussen 1958-1962
Mijn oom is de heer J. Plemper inmiddels 87 jaar en sinds kort in een verzorgingshuis.Bij het opruimen van zijn huis heb ik enige films gevonden van de kampclub .Een paar wil hij overzetten laten op dvd, hier ben ik inmiddels mee bezig.Ik heb ook nog op ballet gezeten bij de speeltuinvereeniging, ik woonde toen in slotermeer en moest of op de fiets of met de tram ernaartoe. Ook de speurtochten s`winters met na afloop boerenkool herriner ik me nog goed.Als jullie belangstelling hebben moeten jullie maar contact op nemen, kan nog wel even duren met die films want hij wil eerst familie films laten overzetten.
Operetteclub, miekehuijsen@live.nl
Hallo Fred,
Ik heb weer met plezier de stukjes gelezen en ben heel blij dat mijn vriendin Gertie Roozen me attent maakte op deze side. Mijn broer heb ik gelijk ingelicht en het resultaat is er.
Zoals ik al vermelde heb ik op de operettclub gezeten en nu is na lang nadenken de naam van Marianne Sarstadt naar boven gekomen. Haar ouders leidden ook die club en mevr. Sarstadt speelde op de piano. Marianne is altijd goed in ballet geweest en ze is later ik meen samen met Hans Snoek,bij scapinoballet een grote danseres geworden.
Van de kampclub weet ik niet zoveel meer,maar wel het volksdansen is me bij gebleven. De ringelrij ,de driekus man en de velata hebben we heel vaak gedanst.Als ik me weer wat herinner en af en toe komt er wat naar boven borrelen,zal ik me weer melden.
hartelijke groeten,
Mieke Huijsen(Alberding)
kampclub
Hallo Fred. Rob Kok is niet diegenen die jij bedoelde. Mijn breor was een stille jongen
Hij weet wel te vertellen dat jouw vader (Iep) bij de ijzerhandel in de Jan Evertsenstraat werkte. Wij kregen daar nl onze schaatsen altijd vandaan. Ik ben door Frans Staubach jr. aan jopuw adres gekomen. Misschien weet jij nog wel dat Inge ook bij de kampclub heeft gezeten als leidster.
Mieke en Frits Alberding heb ik weer in kontakt laten komen met jou. Zo zie je maar de wereld is klein. Mieke is nl. nog steeds mijn vriendin.
Verder nieuws heb ik niet.Groetjes Gertie Roozen-Kok
Persoonsverwisseling
Beste Gertie,
Uit wel ingelichte bronnen (Joop Rijnink) ben ik er inmiddels achter, dat jouw nog levende broer, een ander is dan ik dacht. Die familie Kok is toendertijd naar Australië geëmigreerd. Rob en wellicht de twee zussen Kok, zaten op de Queridoschool en woonden in de buurt van de Bos en Lommerweg en de Haarlemmerweg en zijn alle drie nog steeds in Nederland. Zo nu is dat ook weer recht gezet.
Fred Fontijn
rectificatie
Ik heb vorige week gereageerd op het mailtje, maar daar heb ik per ongeluk geschreven dat ik een broer Rob ad, maar GELUKKIG heb ik hem nog steeds. Ons gezin bestaat dus uit een oudere zus Inge, een oudere broer Rob en mijn persoontje Gertie.
Groetjes Gertie
Gymnastiekleraar
Gertie,
Over Rob Kok heb ik het in mijn stukje Circus Kampclub. Hij is de zoon van een gymleraar, die jaren achter elkaar voor Sinterklaas speelde voor de vrijwilligers van Sportparkde Ruyter, met als zwarte Piet ome Nelis Rijnink. Als dat hem is ken ik Rob wel. Hij speelde nog korfbal bij Landlust, onlangs kreeg ik foto's van zijn twaalftal. Maar Rob Kok's zullen er wel meer zijn, dus zeker ben ik er niet van. Ben jij er wel één van de familie dan kan ik je vertellen dat de heren Kok en Rijnink, als Sint en Piet, de gekste dingen uitvoerden, bijvoorbeeld rolschaatsend de zaal binnenkomen. Mijn ouders kwamen altijd enthousiast van die feestjes thuis.
Hoor ik van je of ik het goed heb? Bedankt voor je reactie en tot de volgende keer, doe Frans de groeten.
Fred
Kampclub
Fred,
Je kent mij niet maar ik heb ook op kampclub gezeten allen ben ik wat jonger. Ik heb je naam doorgekregen van Frans jr. (mijn zwager) Hij is getrouwd met Inge Kok. Zij had nog een broer Rob en ik denk dat hij van jou leeftijd is. en dan had ze nog een zusje Gertie.
Het is wel leuk om die verhaln te lezen. Succes verder Gertie Roozen-Kok
Herkenning kampclubleden
Fred,
Ik waardeer ten zeerste je geheugen (van West) zelf heb ik wat problemen met herkenning van een aantal gasten, terwijl ik mijzelf wel herken op de foto Lunteren, 1953 achter jouw brede lijf en vóór Ome Frans. Naast mij Peter Koenders en op de voorste rij naast de jongen met het hoofd in verband herken ik Freddy de Jong (?) plus Rudy Drent en Friedjof v.d. Berg. In 1953 was ik ook als gelegenheidsgast van de kampclub mee, ik heb helaas geen foto's van die periode. Het is misschien leuk om het hele plaatje met namen aan te vullen, maar mij lukt dat helaas niet.
De rest is (on)gewoon leuk om weer te zien,
met groeten,
Ramon Sterker
Kampgeld
Op het kampboekje stond dat er 2,50 betaald was.
Dat was voor het kampgeld. Dat was een klein boekje met kleine coupures, zoals 5cent,10cent,25cent, waar je kaarten, postzegeld en een klein souveniertje voor thuis voor kon kopen. Iedereen had dus hetzelfde bedrag te besteden. De dag dat we vertrokken moesten we alle snoep die we meekregen van thuis inleveren in een grote teil, die dan over de hele week, per groep uitgedeeld werd.Ook daar waren we heel sociaal mee.